Het verhaal van
Nabijheid
Wat ik met jullie wil delen is een verhaal over nabijheid. Over hoe onze betrokken buurt werd geconfronteerd met iets ingrijpends en hoe we samen gezorgd hebben voor onze buren André en Paula — en wat we daarin leerden over mantelzorg, autonomie, en grenzen.
Verhaal: André en Paula
Ik woon in een buurt in Almere Haven waar veel bewoners actief en betrokken zijn. We zorgen al jaren samen voor het groen in de openbare ruimte, en helpen als iemand ziek is. We wisten al enige tijd dat onze buur Paula kanker had. Maar toen we hoorden dat ook haar man André kanker had, schrokken we.
Dit sympathieke echtpaar was nog jong. Hij was 62, zij 59. Beiden ernstig ziek. En het ging snel. Ze overleden deze zomer met maar vijf weken tussen hen in.

Anneke Huijzer
Terugblik– social verbondenheid
Om de achtergrond van onze wijk te begrijpen neem ik jullie mee naar 2010.
In dat jaar werd onze Buurtstichting opgericht door Ton en Paul, 2 bevriende buurmannen die het achterstallig onderhoud van de wijk, door bezuinigingen van de gemeente Almere, niet konden aanzien.
Dan doen wij het zelf wel, was de gedachte en inzet van de mannen. Dit werd de start van onze Buurt Stichting, van enorm betrokken buurtbewoners die allemaal hun expertise inzetten. Door het samenwerken in het groen, kennen we elkaar. De sociale verbondenheid was en is het belangrijkste!
Met name Paul was de grote drijfveer in het leggen van contacten en stimuleerde dit. Iedereen hoort erbij en krijgt een plek om te doen waar je goed in bent. Ton hield zich daarnaast veel bezig met de contacten in de gemeente, er moest tenslotte samengewerkt worden. Onze wijk ontvangt subsidie voor het werk wat wij doen.
De oprichters en grote krachten in de buurt, Ton en Paul, zijn in 2020 en 2021, 7 maanden na elkaar overleden…dit was en is heel verdrietig en ingrijpend voor ons en zorgt ook voor saamhorigheid!
De wens van de oprichters was; ga door met jullie mooie werk!
Dit maakt duidelijk dat er een stukje historie aan vooraf gaat, waarom het geen enkele moeite koste om buren in beweging te krijgen.
Terug naar het voorjaar van 2025;
Op dat moment werd duidelijk dat Paula en Andre, zorg nodig hadden
Paula werd door haar ziekte en de behandelingen die ze kreeg, steeds zwakker. Andre voelde zich nog redelijk en had tegelijk ook zijn handen vol aan zichzelf en zijn eigen behandelingen.
De toekomst is nu!
Ze waren voorbereid op hun levenseinde, het hospice hadden ze, ter kennismaking, bezocht, de draaiboeken voor hun uitvaarten lagen klaar.
De eerste zorgvraag werd gesteld aan Buurtzorg (wijkverpleging), zij konden op dat moment geen hulp bieden, ze zaten vol… Zelf dacht ik dat we de krapte / schaarste van de wijkverpleging in de toekomst zouden tegenkomen. Ik had een conclusie: de toekomst is nu!
Hulpzusters en tuinkabouters
Dan doen wij het zelf wel, net zoals Ton en Paul toen gezegd hebben…..Wij gaan voor jullie zorgen, was het antwoord van verschillende betrokken mensen uit de wijk. Buren uit de wijk die bereid waren mantelzorgtaken op zich te nemen, noemden zich hulpzusters, en werden door het echtpaar zelf benaderd en bleken vrouwen te zijn die zeer betrokken waren en ook een bepaalde rust over zich hadden. Paula had op dat moment de regie. Dit veranderde snel, ze werd zieker, en bleek aansturing en duidelijkheid nodig. Na een korte tijd gebruik te hebben gemaakt van een mantelzorgapp, wat niet prettig werkte, zijn we overgestapt naar 1 hulpzuster die de regie op zich nam om de zorgvraag te inventariseren en uit te zetten in de groep. Dit bracht rust, voor alle betrokkenen.
Toch wilden André en Paula vooral één ding houden: hun autonomie. En dat was zo begrijpelijk. Ze waren ziek, maar niet hulpeloos. We luisterden. Niet alleen naar wat er nodig was, maar ook naar wat níét gewenst was.
De mantelzorgtaken bestonden in eerste instantie uit boodschappen doen, wat huishoudelijke taken, ritjes naar het ziekenhuis. Ook de tuin werd onderhouden door mannen uit de buurt, zij noemden zichzelf Tuinkabouters. Dat klinkt lekker luchtig, want humor deelden we ook met elkaar.
Binnen die groep van 6 vrouwen was ook Ine actief, zij is gepensioneerd verpleegkundige, en die kennis en doortastendheid bleek ook belangrijk in deze periode. Denk aan Inschattingen maken; zoals contact opnemen met een arts (om verschillende redenen) Inzicht in het ziekte proces van de echtelieden en daarop acteren. Dit werd door het echtpaar erg gewaardeerd.
Het hulpzusters groepje was ook kwetsbaar, dit bleek uit het feit dat door persoonlijke omstandigheden (operatie, zieke partner en ook vakantie) de groep kleiner werd. Toch lukte het om de gevraagde hulp te bieden. Natuurlijk was er ook regelmatig overleg met naaste familieleden.
Door mijn werkzaamheden in het hospice, was ik niet alleen bevriend buurvrouw maar zette ik het contact voort als zorgvrijwilliger. Ine heeft in de periode dat Paula in het hospice was opgenomen, veel voor Andre gedaan. Dagelijks contact of bezoek, en boodschappen. Het contact tussen Ine en mij werd intenser, omdat het ook nodig was om een praatpaal te hebben, een maatje. Er gebeurde veel, we ervoeren veel emoties, zoals verdriet en ook de rouw die we voelden van twee lieve mensen in hun laatste levensfase, deelden we met elkaar.
Ook omdat het onze eigen rouw weer volop deed voelen, de oprichters van de Buurtstichting waar ik net over sprak, Ton en Paul, waren namelijk onze echtgenoten.
Wij hebben samen in het hospice de laatste zorg gegeven, zowel aan Paula als aan Andre. Ook waren we bij de uitgeleide uit het hospice. Dit voelde als een grote verbondenheid en steun aan elkaar en intensiveerde het contact met de familie.
Erehaag
Dat de rouw gevoeld werd door de buurt bleek wel bij de erehaag die door tientallen buurtbewoners werd gevormd tijdens de uitgeleide van de rouwstoet uit de wijk, en velen die aanwezig waren bij beide uitvaarten.
We missen Andre en Paula.
Hoe kijken wij terug op deze periode?
We waren erbij, tot het einde. Niet als buitenstaanders, maar als deel van hun kring. En ik denk dat we niet alleen voor hen iets betekend hebben — zij hebben ons óók iets geleerd. Namelijk dat echte zorg begint bij luisteren. Niet alleen naar wat iemand nodig heeft, maar ook naar wat iemand wil behouden. En dat mantelzorg geen taak is die je ‘gewoon’ even oppakt. Het is intens. Het vraagt aandacht, afstemming, aanwezig zijn met je hart en soms ook het lef om je eigen grenzen te bewaken. Want zorgen voor een ander lukt alleen als je ook zorgt voor jezelf.
En wat misschien nog wel het meest raakte: we deden het niet uit plicht, maar uit verbondenheid. Niet als hulpverleners, maar als mensen als bevriende buren.
Ik vertel dit verhaal omdat ik denk dat het iets laat zien, wat we in de palliatieve zorg soms vergeten te benoemen: de waarde van gemeenschapszin.
Ziek zijn doe je niet alleen. Sterven ook niet. En de mensen daaromheen — buren, vrienden — kunnen, als ze er ruimte voor krijgen, iets ongelofelijk waardevols betekenen.
Ik hoop dat jullie, vanuit jullie rol ook die gemeenschappen blijven zien, betrekken en steunen. Want daar ligt zoveel kracht, liefde — én troost.”
Geschreven door Anneke Huijzer